Katholiek Blaricum hanteert 1656 als officiële start van de 350 jaar aaneengesloten herderlijke zorg. Pastoor Petrus Hartman, een geboren Amsterdammer, mag als eerste pastoor na de Reformatie met toestemming van het gouvernement in dit jaar de herderlijke bediening van Blaricum op zich nemen.
Maar ook al eerder, tijdens de reformatie, zat Blaricum niet zonder priester. Min of meer in het geheim werkt de in 1603 in Blaricum geboren pastoor Tymen de Sayer in Blaricum en omstreken, zo blijkt uit geschriften uit 1861:
“Na de reformatie, welke in 1580 overal was doorgedrongen, is ook de gemeente Blaricum eenigen tijd van een eigen pastoor beroofd geweest. Evenwel schijnen de katholieken hier nimmer van alle geestelijke hulp te zijn verstoken geweest: althans in het jaar 1606, toen nergens een geestelijke werd geduld, werd er geklaagd in de Synode te Utrecht gehouden over de Paepsche stoutigheden van den priester van Blaricum, die niet slechts Blaricum, maar ook in de omliggende plaatsen de katholieken bezocht en de sacramenten heeft toegediend.”
Pastoor Hartman heeft in 1656 geen kerk tot zijn beschikking. Hij woont en houdt diensten in een boerenwoning. Pastoor Van der Linden zorgt 170 jaar later voor de bouw van een kerk. Op 24 december 1826 wordt deze in gebruik genomen. Zijn opvolger pastoor Hilhorst vindt de kerk te klein en het orgel te slecht. Hij laat architect Cuijpers (architect van onder meer het Rijksmuseum in Amsterdam, het Centraal Station van Amsterdam, de Sint Vituskerk in Hilversum) een nieuwe kerk bouwen die op 2 mei 1871 wordt ingewijd. In de jaren dertig van de vorige eeuw was de kerk te klein voor het grote aantal parochianen en werd het middenschip uitgebreid. In 2004 vond een grote renovatie plaats.