18 mei 1921 - 30 mei 2004
Pater Heijne SVD, pastoor Heijne, de kerkenbouwer, Jan Heijne, architect, ondernemer en zakenman, is van ons heengegaan. Vijf kerken heeft hij gebouwd, waarvan de eerste op het eiland Bali; de andere vier in Surabaya (Oost-Java). Optimistisch en contactueel als hij was, wist hij overal vrienden te verkrijgen; in alle rangen en lagen van de bevolking. In de 21 jaren dat hij op Bali werkte ontstond een hechte vriendschap niet alleen met zijn parochianen maar ook met de Balinese kunstenaars, schilders en beeldhouwers, die meewerkten aan de bouw van zijn kerk. Heijne kocht hun kunstwerken en verscheepte ze naar Nederland. Zo bracht hij geld bijeen; ook voor zijn later gebouwde kerken. “Als pastoor Heijne hier langer had mogen blijven, was nu héél Bali katholiek geweest”, betuigde een Balinees ons in een gesprek over hem.
Sinds 1997 was hij weer terug in Holland. In Indonesië met groot respect en eerbied tegemoetgetreden, in het missiehuis in Teteringen (Brabant) was hij één van de bejaarde paters die verzorgd moesten worden. Als we hem daar bezochten en aan de deur van kamer 122 klopten, zwaaide deze open en in een wolk van jovialiteit, blijheid en gastvrijheid ontving hij ons. Tevreden met de kleine smalle kamer, met bed, stoel en tafeltje. De stalen kantoorkast volgeplakt met foto’s van zijn kerken en op de andere kastdeur foto’s van zijn Indonesische parochianen en goede kennissen. ”Nee, ik ga niet meer naar een ruimere kamer als de nieuwbouw klaar is, ik blijf gewoon hier, vlak bij de kapel”. Tevreden met zijn CD’s en DVD’s, met de telefoontjes van ver en dichtbij en de bezoekjes; tevreden met zijn krant en radio; af en toe een sigaartje en een half flesje palmbier. Vrolijk, ondanks het feit dat 200 m lopen hem soms teveel was. Tijdens de levendige gesprekken met die altijd nog krachtige stem, plotseling luid een paar regels van een toepasselijk lied zingend, of in een gulle lach over een of andere anekdote uit zijn jaren in de ‘Gordel van Smaragd’ uitbarstend.
Op 6 maart van dit jaar gingen we met hem weer eens naar Gilze-Rijen. De vele treden op naar de ingang van het restaurant kostte hem moeite. Dan schuifelend – met af en toe een rustpause - door de lange gang. Eenmaal gezeten, had hij weer het hoogste woord, intens genietend van het eten, zijn drankje, van de mooie zaal, de vriendelijke bediening en de mensen om hem heen. Maar er werd deze keer niet gerookt; het was vastentijd! Het telefoontje - de volgende dag - straalde nog van enthousiasme.
Een paar weken terug belden we hem om weer eens een afspraak te maken. ”Hoe gaat het met U?” “Niet zo best.” “U moet toch maar gauw weer wat beter worden.” “Nee hoor , ik ben klaar; ik hoop dat O.L. Heer me gauw haalt”. “Ik krijg zuurstof; ik kan bijna niets meer.” Het gesprek kwam op Elckerlyck, het middeleeuwse ‘sinnespel’ waarin de mens Elckerlyck door God geroepen wordt. Hoe hij alles en iedereen verliest: “merct, hoe’t nu al van mi vliet”. Tenslotte begeleiden alleen de allegorische figuren Deucht en Kennisse hem naar het einde.
Pater Jan Heijne SVD bracht in zijn lange leven duizenden, ja tienduizenden het goddelijk woord. Hij is gestorven op de eerste Pinksterdag; een jaar geleden werd op die Pinksterdag zijn vijfde kerk, de Kerk van de H. Geest, officieel ingewijd.
Pastoor Heijne heeft de laatste weken van zijn leven nog heel moeilijke uren doorgemaakt. Zijn sterke natuur en positieve instellingen heeft hij hard nodig gehad én... de bijstand van zijn Moeder Gods, de Lieve Vrouwe Maria.
Moge hij - op haar voorspraak - nu geborgen zijn in de verbondenheid met God, zijn Heer. Moge hij opgenomen zijn in het Licht der Eeuwigheid.
Hans J. de Valk sr.